Het einde van België is nog veraf

In een opiniestuk vroeg econoom Paul De Grauwe (KULeuven) zich afgelopen week af of België nog wel bestuurbaar is. Hij haalde hiervoor twee redenen aan: enerzijds zijn de schaalvoordelen van grote landen ten opzichte van kleine landen verdwenen doordat de handelsbarrières sterk zijn afgenomen. De afzetmarkt van bedrijven uit kleine landen is nu even groot als die van bedrijven uit grote landen. Het argument dat België toch al zo klein is en dus beter niet gesplitst zou worden vervalt hiermee.

Anderzijds, zo stelde professor Paul De Grauwe, is de cohesie binnen een land belangrijk om efficiënt te kunnen besturen. De sociale-economische en politieke cohesie is in België onmiskenbaar dramatisch gedaald, tot op een niveau dat er de facto al sinds mei 2007 geen federale regering meer is. Op basis van deze analyse poneert De Grauwe twee scenario’s: ofwel komt men toch tot een akkoord en hervormt men de staat waarbij meer bevoegdheden geregionaliseerd worden om zo aan de verminderde cohesie tegemoet te komen. De Grauwe acht dit scenario niet zo kansrijk, en het zou volgens hem enkel kunnen slagen omdat we het “probleem Brussel” anders niet opgelost krijgen. Het tweede scenario is de splitsing van België en wordt volgens Paul De Gauwe alsmaar realistischer, juist door het gebrek aan cohesie binnen België en de onbestuurbaarheid die daaruit volgt.

Deze economische analyse gaat echter voorbij aan twee elementen. Het eerste is van politieke aard en gaat over het veto-recht. De jarenlang aanslepende soap rond de splitsing van BHV heeft voor iedereen duidelijk gemaakt wat grondwetspecialisten al wisten: elke gemeenschap in België heeft in de praktijk een veto-recht. Een relatief klein probleem zoals de splitsing van BHV, waar slechts een gewone parlementaire meerderheid voor nodig is, raakt niet gestemd omdat één gemeenschap, in dit geval de Franstaligen, dit niet wensen. Elke taalgroep beschikt immers over allerlei mechanismen om een beslissing te blokkeren, wat ook effectief gebruikt wordt.

Ten tweede zijn er de zogenaamde transfers van noord naar zuid. N-VA schatte deze transfers in het verleden op ongeveer 11 miljard euro per jaar; meer realistische schattingen zijn een pak lager maar situeren zich nog steeds rond 6 miljard euro per jaar. Het Franstalige BBP wordt geschat op 135 miljard euro per jaar (40% van het Belgische BBP). Zes miljard euro aan transfers vertegenwoordigen bijgevolg 4.5% van het Franstalige BBP, dezelfde grootte-orde als wat de huidige economische crisis gekost heeft. Het is bijgevolg ondenkbaar dat de Franstalige politici, die de belangen van hun kiezers moeten verdedigen, zomaar akkoord zullen gaan met de splitsing van België, omdat dit inhoudt dat de Franstalige politici vrijwillig verzaken aan de transfers en zo de Franstalige gemeenschap nogmaals een diepe economische crisis laten ondergaan. Een dergelijk masochisme kan je onmogelijk verwachten van democratisch gekozen politici. Het veto-recht tegen de splitsing van België zal dan ook zonder enige twijfel gebruikt worden: een scheiding met onderlinge toestemming is ondenkbaar.

Het alternatief is dat de Vlamingen de splitsing van België doordrukken, tegen de wil van de Franstaligen. Aangezien de Vlamingen hiermee buiten de wet treden, komt dit neer op een revolutie. Maar tussen droom(?) en daad liggen een heleboel praktische bezwaren.

De Belgische overheid torst een schuld van 100% van het BBP, zijnde ongeveer 340 miljard euro. Daarvan wordt jaarlijks 80 miljard euro vernieuwd, dus tegen nieuwe rentevoorwaarden. Volgens Ivan Van de Cloot (Itinera Instituut) vinden Amerikaanse hefboomfondsen onze obligaties nu al minder aantrekkelijk. In de aanloop van een revolutie zal dat voor alle investeerders het geval zijn, omdat er heel wat onzekerheid zal zijn over de terugbetalingscapaciteiten. Als België werkelijk in een revolutie belandt, zal men torenhoge rentes moeten betalen of –erger- men zal helemaal geen geld meer kunnen ophalen, waardoor pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziektekosten,… niet meer betaald zullen kunnen worden. Men komt dan in een scenario dat de welvaartsstaat gedurende maanden of zelfs jaren ophoudt te bestaan.

Een dergelijk scenario is bijna ondenkbaar. En meer waarschijnlijk zal de Belgische welvaartstaat zich trachten te blijven financieren (en de transfers blijven). Griekenland betaalt vandaag 10%-12% op haar 10-jarig overheidspapier. Het is een realistisch scenario dat België in een revolutionair klimaat ook dergelijke rentes of hoger moet betalen, in vergelijking met 4% vandaag. Een hogere rente van 6%-8% op 80 miljard euro betekent een meerkost 4,8 tot 6,4 miljard per jaar. Na twee jaar revolutionaire crisis verdubbelt zich dat tot 9,6 – 12,8 miljard euro per jaar. En dit is dan nog enkel de meerkost voor de herfinanciering van de overheidsschuld. Er is ook nog het mislopen van potentiële investeerders: bedrijven vinden een politiek instabiel land minder interessant om te investeren en laten het links liggen. Een minder zichtbare kost, maar daarom niet minder belangrijk. Economen zoals Paul De Grauwe schatten de kost momenteel op 380 tot 500 miljoen euro, waarvan slechts 80 miljoen euro het gevolg is van de hogere rente.

De Franstaligen dragen natuurlijk ook kosten bij een rentestijging. Als de rente echt uit haar dak dreigt te gaan, zullen de Franstaligen toch ook wel akkoord gaan met een splitsing? Indien de Franstaligen enkel kijken naar hun eigen kosten en baten van de twee scenario’s (splitsen of het veto gebruiken en mogelijk een revolutie uitlokken), dan is er inderdaad een punt waarop de kosten van een vrijwillige splitsing lager liggen dan het veto. Bij een vrijwillige splitsing verliezen ze 6 miljard euro per jaar, of 1.500 euro per jaar per Franstalige. Bij een revolutie verliest België na één jaar tot 6,4 miljard euro per jaar of 640 euro per Belg (zonder de kost van de misgelopen investeringen mee te rekenen). Na twee jaar is dat 1280 euro per Belg, wat nog steeds niet voldoende is om de Franstalige vrijwillig te laten kiezen voor het splitsingscenario, omdat hij dan 1.500 euro verliest. Na drie jaar en een kost van 1920 euro, verliest de Franstalige echter meer bij een revolutie dan met een vrijwillige splitsing. En dus zou hij beter instemmen met een vrijwillige splitsing. Echter, als de Franstaligen ook rekening houden met de positie van de Vlamingen, dan zullen ze nooit vrijwillig instemmen met een splitsing. Immers, de Vlaming verliest vandaag via de transfers 6 miljard euro per jaar of 1.000 euro per Vlaming per jaar. Echter, na een revolutionaire crisis van twee jaar heeft de Vlaming al 1.280 euro verloren, meer dan hij zou verliezen als hij geen revolutie zou veroorzaakt hebben. Veel hangt af van hoelang de revolutionaire crisis aansleept, maar dat dit op een aantal maanden of jaren kan opgelost worden, is wellicht een illusie. In dat geval heeft de Vlaming meer te verliezen bij een revolutie dan de Franstalige.

De hierboven geciteerde cijfers zijn weliswaar nattevingerwerk, maar de conclusie dat de Vlamingen bij een revolutie meer te verliezen hebben in vergelijking met de Franstaligen blijft met andere cijfers overeind. Het dreigement dat de Vlaming de revolutie zal uitroepen, is dus (rationeel) niet geloofwaardig.

Het mag dus duidelijk zijn dat niet Brussel het grootste obstakel is voor een splitsing van België, maar de gigantische overheidsschuld waarvan ongeveer een kwart per jaar moet vernieuwd worden. Het ophalen van vers geld is cruciaal om onze welvaartsstaat draaiende te houden. Als die ophaling van vers geld grondig verstoord wordt – en die zal grondig verstoord worden in een revolutionair klimaat- dan komen allerlei essentiële zaken in het gedrang, zoals de uitbetaling van de pensioenen en de ziektekosten, zaken die op het federale niveau gebeuren en die ook essentieel zijn voor de Vlamingen.

Als de huidige onderhandelingspoging definitief vastloopt en er nieuwe verkiezingen uitgeschreven worden, dan wordt de splitsing van België de inzet van de verkiezingen. In de veertig dagen van de ontbinding van het parlement tot de verkiezingen zullen de financiële markten ongetwijfeld al een staaltje van hun kunnen laten zien. Nieuwe verkiezingen zouden de huidige krachtsverhoudingen dus wel eens kunnen wijzigen, omdat in de aanloop van de verkiezingen duidelijk wordt waartoe een geforceerde splitsing kan leiden.

Toch is een hervorming van België onvermijdelijk, juist omdat men vaststelt dat (1) het federale systeem niet werkt en (2) het federale systeem niet zal verdwijnen (tenzij door een revolutie die niemand wil). De opdracht is dus om dat federale systeem, waar we niet vanaf geraken, werkbaarder te maken. Men kan hiermee beginnen door de federale (top)politici rekenschap te laten afleggen in heel België, via een federale kieskring. In 2007 heeft Yves Leterme in Vlaanderen de federale verkiezingen gewonnen door zich uitsluitend te richten op de Vlaming. In 2010 deed Joëlle Milquet min of meer hetzelfde door nauwelijks tien dagen voor de federale verkiezingen openlijk te pleiten voor een corridor(!) tussen Brussel en Wallonië. Het leverde Milquet ongetwijfeld extra (Franstalige) stemmen op, maar de N-VA wreef zich in de handen en incasseerde de Vlaamse verontwaardigde stemmen. Een federale kieskring zou dergelijk opportunistisch gedrag afstraffen.

 

Deze tekst verscheen eerder als column bij Liberales.

Leave a Reply

Your email will not be published. Name and Email fields are required.